In de afgelopen eeuw is de inrichting van een huis flink veranderd. Mensen die redelijk bemiddeld waren hebben altijd veel moeite gedaan om hun huis gerieflijk in te richten en om te pronken met hun rijkdommen. Hoe ze dat tot uiting lieten komen verschilt echter per periode en is altijd afhankelijk geweest van de mode uit die tijd. Hieronder wordt beschreven hoe de inrichting van een chique huis er in de 19e eeuw uitzag.
1. Overal vloerkleden en gordijnen
Perzische tapijten, luxe gordijnen en sierkleedjes op meubels waren alomtegenwoordig in Victoriaanse interieurs. Vóór die tijd werd er juist gepronkt met meubels van hardhout en sierlijk bewerkte (deur)kozijnen, en was de vloer enkel van kaal hout. Maar rijk bewerkte wollen vloerkleden en andere decoratieve stoffen werden in de 19e eeuw een heus modeverschijnsel. Vooral een dik, kamerbreed tapijt was een echt luxeproduct waarmee een huishouden kon laten zien dat het up-to-date en vermogend was. Het is opmerkelijk dat in deze ‘stoffige’ tijd de elektrische stofzuiger nog niet uitgevonden was!
2. Banken, fauteuils en decoratieve meubels
In de Victoriaanse tijd werd verlichting met behulp van gas enorm populair. Voor die tijd moest men zich behelpen met bieslichten, kaarsen en olielampen. Door gaslicht werd het mogelijk om in het donker je weg te vinden in een kamer zonder je nek te breken over het meubilair. Vóór de 19e eeuw werden stoelen en tafels daarom altijd veilig tegen de muur geschoven. Nu was het mogelijk om een salon te vullen met weelderige fauteuils, banken, bijzettafeltjes, eettafels, tafeltjes voor planten en zelfs met een ietwat risqué geachte sofa. Victorianen die zich dat konden veroorloven aarzelden dan ook niet om hun kamers vol te zetten met meubilair.
3. Klassieke schilderijen
Dé manier om te laten zien dat je niet op een dubbeltje hoefde te kijken was natuurlijk het aankopen van kunstobjecten. Exotische kamerplanten, marmeren standbeelden en vazen, dure kandelaars en vooral schilderijen werden dan ook gretig aangeschaft. Hoe voller de muur van een negentiende-eeuwse salon, hoe beter natuurlijk. Wat schilderijen betreft gaf men duidelijk de voorkeur aan stukken van oude meesters of portretten, die bovendien van een gedetailleerd bewerkte gouden rand werden voorzien. Tegenwoordig waarderen we juist de kunstwerken van de grondleggers van de nieuwe kunststromingen die in de19e eeuw ontstonden, zoals het impressionisme. Maar in die tijd was dat een gruwel voor de conservatieve huiseigenaren. Zij kozen consequent voor ‘brave’ schilderijen met een klassieke of naturalistische inslag.
4. Scheiding van ruimtes
In geen enkel ander tijdperk waren er zoveel verschillende kamers in het huis als in de 19e eeuw. Dat had verschillende redenen, waaronder de noodzaak om een bepaalde mate van privacy te behouden in een tijd waarin iedereen er minstens één bediende op na hield. Als het enigszins mogelijk was, dan werden de werkruimtes, de slaapvertrekken en zelfs de looproutes van het personeel gescheiden van de ruimtes bestemd voor de huiseigenaren. De salon was het aangewezen vertrek waarin enkel gasten werden ontvangen, er was een aparte eetzaal, en er waren diverse ruimtes voor de specifieke werkzaamheden van het personeel: bijvoorbeeld een waskamer, een tuinkamer, een strijkkamer enzovoorts.